(0165) 398 888 info@trivers.nl
Selecteer een pagina

Illustratie hand-in-hand

Wat zijn tics en wat is een ticstoornis?

Ouders kunnen er erg van schrikken wanneer zij merken dat hun kind een tic heeft. Toch is dit over het algemeen niet nodig. Tics komen vrij regelmatig voor bij kinderen en verdwijnen gemiddeld weer binnen een jaar. Van de kinderen tussen de vier en vijftien jaar heeft zo’n 12 tot 15% wel eens last van een tic. Tussen de zeven en elf jaar komen de meeste tics voor. Tics komen bij jongens en meisjes even veel voor. De meeste tics verdwijnen weer na enkele maanden tot een jaar.

Een tic is een plotselinge, onwillekeurige, snelle, herhaalde, niet ritmische motorische beweging of vocale uiting. Een persoon met een tic heeft het gevoel deze tic moeilijk of niet te kunnen tegen houden, de tic wordt ervaren als onbedwingbaar. Toch kan een tic vaak wel enige tijd (variërend van seconden tot minuten) onderdrukt worden. Soms wordt een tic voorafgegaan of begeleid door een onaangename gevoel. Dit gevoel neemt toe wanneer de tic onderdrukt wordt waardoor de persoon toch de tic uit.

We onderscheiden drie verschillende soorten tic. Allereerst bewegingstics (motorische tics) zoals knipperen met de ogen, trekken met de mond, hoofdschudden maar ook bijvoorbeeld sprongetjes maken. Ten tweede de vocale tics waarbij gedacht moet worden aan kuchen, grommen, keel schrapen maar ook andere geluiden maken of stopwoorden gebruiken. De derde groep zijn de cognitieve tics waarbij er sprake is van gedachten of beelden die steeds weer terugkeren. Het verloop van tics kan heel wisselend zijn. Zo kan het kind de ene dag vrij frequent en vrij intensief tics hebben en kan dit de volgende dag veel minder zijn. En ook de plek waar de tics zich voordoen kan wisselen (de ene keer knipperen met de ogen, de volgende keer met de mond trekken). De ene tic is veel storender dan de andere tic, Zo is met je ogen knipperen veel minder storend dan grommen of sprongetjes maken.

Het voorkomen van een of meerdere tics bij een kind hoeft zeker niet te betekenen dat een kind een tic stoornis heeft. De meeste kinderen hebben enige tijd last van een of enkele tics die na enkele maanden weer verdwijnen. We spreken pas van een tic-stoornis wanneer het kind veel tics heeft, de tics dagelijks voorkomen en meerdere malen per dag zich voordoen. Daarbij hebben de tics een beperkende invloed op het dagelijks functioneren van het kind.

Kenmerken

Bij de tic-stoornis wordt er onderscheid gemaakt tussen drie stoornissen. De meest voorkomende stoornis is de voorbijgaande tic-stoornis. Het kind heeft dan meerdere tics (motorisch en of vocaal) maar deze houden niet langer dan een jaar aan. Bij de chronische tic-stoornis houden de tics wel langer dan een jaar aan maar is er een combinatie van motorische en vocale tics. Wanneer er tenminste twee motorische tics aanwezig zijn en ten minste een vocale tic en de tics langer dan een jaar aanhouden ( met nooit langer dan drie maanden zonder tics) dan wordt de diagnose Gilles de la Tourette gesteld. Bij veel mensen roept dit de associatie met schelden op, maar dit is een verschijningsvorm die zich maar zelden voordoet. Gilles de la Tourette openbaart zich vaak zo rond het zevende levensjaar. Het begint meestal met een enkelvoudige motorische tic die verdwijnt om plaats te maken voor weer een andere tic. Na enkele jaren (meestal zo rond de elf jaar) beginnen zich dan ook vocale tics voor te doen. Bij zo’n 50% van de kinderen met Gilles de la Tourette treed er een spontane verbetering op in de puberteit. Gilles de la Tourette komt dan ook meer voor bij kinderen dan bij volwassenen.

Ticsstoornissen komen vaak voor in combinatie met andere stoornissen, zoals ADHD, ASS, OCS, angst en depressie.

Oorzaken

Tics ontstaan in de hersenen (ze zijn neuropsychiatrisch) en zijn een kind dan ook niet aan te rekenen. Het lijkt er op dat een erfelijke factor een rol speelt bij het voorkomen van tics. Psychologische factoren kunnen wel bijdragen aan het ontstaan en voorkomen van tics maar er is geen oorzakelijk verband. Het kind heeft een aanleg voor tics en door spanning kunnen deze tics zich openbaren. Tics nemen dan ook vaak toe in periodes van stress of vermoeidheid. Meestal zijn tics afwezig tijdens de slaap en wanneer een kind bezig is met een activiteit die om veel concentratie vraagt. Tics kunnen tijdelijk worden onderdrukt, maar kunnen soms toch ineens weer volledig onvrijwillig optreden.

Behandeling

Bij de behandeling van tics is psycho-educatie van belang. Psycho-educatie houdt in dat de behandelaar uitleg geeft aan het kind en de ouders over wat tics en een ticstoornis inhouden. Vervolgens kan worden gekozen uit gedragstherapie en/of medicatie. Belangrijk is het hierbij te realiseren dat behandeling niet altijd verbetering van de tics garandeert.

Als besloten is tot behandeling van de tics, raadt de behandelaar vaak aan om de ernst en de ontwikkeling van de tics gedurende een aantal maanden te volgen. Daarna wordt vaak pas met de behandeling begonnen. Zo krijgt de arts goed zicht op de schommelingen in het tic-patroon. Als dat zicht er is, kan men na de behandeling ook goed beoordelen of deze echt geholpen heeft.

Wanneer wordt besloten om over te gaan tot gedragstherapeutische behandeling, is het belangrijk dat de jongere erg gemotiveerd is. Het is namelijk een intensieve vorm van behandeling. Een kind kan door deze behandeling leren een tic tijdelijk te onderdrukken. Dat kan in een aantal sociale situaties (bij vriendjes en op school) erg belangrijk zijn. Er zijn twee gedragstherapeutische methodieken ontwikkeld: exposure met responspreventie en habit reversal. Exposure met responspreventie werkt, simpel gezegd, als volgt: Het kind voelt de aandrang die leidt tot de daaropvolgende tic, de premonitory urge. De jongere wordt geleerd zichzelf langer dan normaal aan die aandrang bloot te stellen. Dit leidt tot een langere exposure aan de premonitory urges. Normaal gesproken komt na de aandrang de tic. Het kind wordt nu aangeleerd bewust steeds langer alle tics te onderdrukken of op te houden. Het tegenhouden van de tic is dan de responspreventie. Sommige jongeren leren op deze manier hun tics te beheersen. Soms lukt het hen om de tics op den duur geheel of gedeeltelijk te onderdrukken. Een andere gedragstherapeutische techniek is habit reversal, wat staat voor ‘het omdraaien van de gewoonte’. De jeugdige wordt bij iedere afzonderlijke tic een tegenbeweging aangeleerd, die niet verenigbaar is met het uitvoeren van de betreffende tic. Concreet en simpel gezegd: het kind voelt de tic aankomen en zet een tegenbeweging in op het moment waarop hij de tic verwacht. De tic wordt teniet gedaan.

Er kan ook besloten worden tot behandeling met medicatie. Hiervoor wordt doorverwezen naar de huisarts, kinderarts dan wel –neuroloog, of kinderpsychiater. Een belangrijk bezwaar voor medicatie zijn de mogelijke bijwerkingen ervan, vooral bij langdurig gebruik en hoge doseringen.

Contact opnemen

Hoe wij omgaan met je persoonsgegevens kun je lezen in ons Privacy beleid